Welkom bij de Vereniging van Cassatieadvocaten in Strafzaken

Op 11 maart 2010 is in Utrecht de Vereniging van Cassatieadvocaten in Strafzaken (VCAS) opgericht. De initiatiefnemers verwachten dat de oprichting van een gespecialiseerde vereniging kan bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van de rechtsbijstand in strafrechtelijke procedures bij de Hoge Raad der Nederlanden.

In strafzaken kan in drie instanties worden geprocedeerd: van een vonnis van de Rechtbank kunnen partijen in hoger beroep komen bij het Gerechtshof. Van een arrest van het Gerechtshof kunnen partijen vervolgens “in cassatie” gaan bij de Hoge Raad der Nederlanden.

De cassatieprocedure wijkt op belangrijke punten af van de procedure bij Rechtbanken en Gerechtshoven. Het belangrijkste verschil is dat de Hoge Raad niet meer oordeelt over de feiten van de zaak, maar zich alleen maar bezighoudt met rechtsvragen. Dit fundamentele verschil leidt tot een wezenlijk andere techniek en stijl van procederen. Een voorbeeld: bij Rechtbank en Gerechtshof kan de advocaat betogen dat zijn cliënt onschuldig is aan het ten laste gelegde feit. Bij de Hoge Raad is de vraag of de verdachte al of niet schuldig is een feitelijke vraag, die in cassatie niet (meer) aan de orde is. Bij de Hoge Raad kan daarom alleen door de advocaat worden betoogd dat de beslissing van het Hof, waarbij is vastgesteld dat de verdachte het feit heeft begaan, niet voldoende is gemotiveerd. In de cassatieprocedure kunnen de wezenlijke vragen van de strafzaak dus alleen over de band van de rechtsvraag of over de band van een motiveringsgebrek ter discussie worden gesteld.

Het procederen bij de Hoge Raad vereist aldus bijzondere kennis en bijzondere technisch-juridische vaardigheden. Die kennis en die vaardigheden hebben niet alle advocaten in huis. Toch zijn alle advocaten in Nederland bevoegd om voor hun cliënt op te treden in een strafrechtelijke cassatieprocedure. Het gevolg daarvan is dat in een niet gering aantal zaken verdachten bij de Hoge Raad worden bijgestaan door advocaten die daar onvoldoende voor zijn gekwalificeerd. Dit leidt er dan weer toe dat in een aantal zaken mogelijk kansrijke cassatieberoepen niet tot succes leiden, omdat de advocaat van de verdachte niet in staat is de klacht tegen het arrest van het Hof op een (cassatie-)technisch adequate wijze aan de Hoge Raad voor te leggen – mede omdat de Hoge Raad steeds minder dan voorheen bereid blijkt te zijn uitspraken van lagere rechters “ambtshalve” – dat wil zeggen: zonder dat daarover door de (advocaat van de) verdachte uitdrukkelijk is geklaagd – te vernietigen. Daar is uiteindelijk de rechtzoekende de dupe van.

Om deze reden heeft een aantal ervaren cassatieadvocaten het initiatief genomen om te komen tot een vereniging van cassatiespecialisten. Het doel van de vereniging is het bevorderen van de kwaliteit van de rechtsbijstand in cassatiezaken, in het belang van de bescherming van de consument – de rechtzoekende verdachte. Het lidmaatschap van de vereniging staat open voor advocaten die zich toeleggen op het strafrecht en die daarnaast voldoende kennis en ervaring hebben opgebouwd op het bijzondere terrein van de cassatierechtspraak. Aan de toelating tot het lidmaatschap gaat een onderzoek vooraf, dat wordt verricht door een commissie van toelating, waarvan tenminste één lid een externe (dat wil zeggen: van buiten de advocatuur) strafrechtdeskundige is. De eerst commissie van toelating bestaat uit de advocaten Mr Gerard Spong en Mr. Benno de Boer, alsmede Prof. Mr. P.A.M. Mevis, Hoogleraar aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam als extern lid.

Het bestuur van de vereniging wordt gevormd door dr.mr. D.V.A. Brouwer (voorzitter), mr. R.P Snorn (secretaris), mr. R.J. Baumgardt (penningmeester) en mr. J. Kuijper (algemeen bestuurslid). Inmiddels hebben circa 80 advocaten belangstelling getoond voor het lidmaatschap van de vereniging.